Op Webmonkey kwam ik een goed artikel tegen over OpenID als de meest succesvolle mislukking van de laatste jaren. Daar ben ik het volkomen mee eens.
Over OpenID
Het idee van OpenID is dat je met één unieke eigen account kunt inloggen op een groot aantal websites. En dat je deze identiteit op één plek eenvoudig kunt beheren en dus overal dezelfde identiteit kunt hebben. Je hebt voor OpenID dus een provider nodig die je een OpenID geeft. OpenID is een “identificatie” methode, het controleert simpelweg of iemand de persoon is wie hij zegt dat hij is. Het gaat dus niet om de uitwisseling van informatie zoals je naam, woonplaats, profielfoto e.d.
Als je ergens inlogt met een OpenID wordt er in vrijwel alle gevallen nog wel lokale account aangemaakt echter wordt deze direct gekoppeld aan je OpenID waardoor het inloggen makkelijker is. In Nederland is Hyves veruit de grootste provider van OpenID’s. Elke Hyves gebruiker heeft een OpenID.
Naast de OpenID provider zul je acceptanten moeten hebben. Websites die inloggen door middel van OpenID ondersteunen. Wil je inloggen op een dergelijke website dan ben je na het invoeren van je eigen persoonlijke OpenID url meestal automatisch ingelogd en wordt er (in de achtergrond) een account voor je aangemaakt.
Waarom OpenID is mislukt
Er zijn inmiddels ruim 50.000 sites die OpenID ondersteunen. En zoals gezegd is Hyves in Nederland de grootste OpenID provider, grappig om te zien dat Hyves wel provider is maar geen acceptant.
Als je met ‘anderen’ praat over OpenID dan merk je vaak dat mensen OpenID zien als een technische oplossing. Het is blijkbaar niet gelukt om mensen duidelijk te maken dat OpenID een goede oplossing kan zijn. Bijvoorbeeld om de grote aantallen accounts die mensen tegenwoordig hebben te voorkomen.
Een andere reden waarom OpenID mislukt is bijvoorbeeld de manier waarop je tegenwoordig eenvoudig “inloggen via Twitter” of “inloggen via Facebook” beschikbaar kunt maken. Deze diensten hebben naast OpenID – dat alleen dient ter identificatie – nog een ander groot voordeel. Als mensen inloggen via bijvoorbeeld Facebook is het mogelijk een deel van de profieldata van deze mensen over te nemen. De accepterende partij krijgt hiermee dus een ‘stukje van de taart’ iets wat voor beide partijen aantrekkelijk is.